gasboiler

Boilers zijn apparaten die water verwarmen en, in een thermisch goed geïsoleerd vat, opslaan tot het moment dat men het wil gaan gebruiken. Dit in tegenstelling tot een geiser die het water pas gaat verwarmen op het moment dat de kraan wordt opgedraaid. Boilers kunnen gebruikt maken verschillende energiebronnen om hun werk te kunnen doen. Zo zijn er boilers die gebruik maken van elektriciteit, propaangas, butaangas en aardgas.

De boiler maakt gebruik van het principe dat warm water minder zwaar is dan koud water. Aan de onderkant van het voorraadvat wordt koud water via een inlaat aangevoerd om de watervoorraad op peil te houden. Dit gebeurt dus zodra er warm water via een uitlaat aan de bovenkant van de boiler warn water wordt afgenomen. De waterkolom wordt op deze wijze omhoog gedrukt. In de boiler beweegt het water dus van beneden naar boven.

In een boiler blijft het waterpeil altijd constant en is dus nooit op. Alleen kan een boiler soms de vraag naar warm water niet aan en dan wordt dit wel vaak gedacht. Het duurt dan gewoon te lang om de gevraagde hoeveelheid water te verwarmen en op temperatuur te houden. Water heeft namelijk een hoge warmtecapaciteit. Dit wil zeggen dat water veel energie nodig heeft om op te warmen.

Gasboilers zijn in vergelijking met een elektrische boiler goedkoper in verbruik omdat de gasprijzen eenvoudigweg lager liggen. Belangrijk is wel dat er altijd goed wordt geventileerd wanneer een gasboiler wordt gebruikt in verband met de uitstoot van verbrandingsgassen.