brandstof

Brandstof wordt als een bron van energie gebruikt. Deze energie kan weer worden aangewend voor talloze doeleinden: verwarming, verlichting en het laten werken van machines en apparaten.

Veel brandstoffen zijn organisch, dat wil zeggen dat ze koolstofverbindingen bevatten. De energie wordt geleverd door middel van een chemische reactie (meestal worden ze geoxideerd). Organische brandstoffen zijn onder andere aardolie (hiervan zijn motorbrandstoffen als benzine, kerosine, LPG en diesel afgeleid), aardgas, steenkool en turf. Bij verbranding van organische brandstoffen komt er kooldioxide (CO2) vrij. Dit gas komt van nature ook in de atmosfeer voor en wordt door mens en dier uitgeademd. Maar in grote hoeveelheden draagt deze stof bij aan het broeikaseffect.

Maar er worden ook anorganische stoffen als brandstof gebruikt. Waterstof is hier het meest bekende voorbeeld van. Anorganische brandstoffen zijn in staat energie te leveren door oxidatie. Er kunnen verder ook andere chemische stoffen als brandstof gebruikt worden door ze in een galvanische cel elektrische energie te laten opwekken. Deze technieken zijn echter nog niet algemeen gebruik.

Een totaal andere soort brandstof zijn zogenaamde kernbrandstoffen. Hierbij wordt de energie niet geleverd door een chemische reactie maar door een kernreactie. Enkele bekende voorbeelden zijn uranium en plutonium. Deze stoffen worden als brandstofstaven gebruikt in een kernreactor bij het proces van kernsplijting. Bij kernfusie wordt er de stof deuterium gebruikt. Hoewel het gebruik van kernenergie de uitstoot van CO2 vermindert kleven er toch ook nadelen aan deze methode. De afvalstoffen zijn namelijk radioactief geladen en dus erg gevaarlijk voor mens en milieu.