verbrandingmotor

Zoals het woord al heel duidelijk aangeeft, komt door middel van de verbranding van een brandstof er in een verbrandingmotor energie vrij. Dit gebeurt dan in de vorm van hoge druk. Deze hoge druk wordt namelijk omgezet in een beweging. Dit gebeurt, bij een conventionele verbrandingsmotor, door druk uit te oefenen op een zuiger of op schoepen. Bij een straalmotor zorgt de drukopbouw ervoor dat er een massa gassen kunnen uitstromen. Hierdoor geeft de reactiekracht een drukkracht op de behuizing van de motor.

Meestal worden aardoliederivaten zoals benzine, ethylalcohol, zware stookolie, LPG en diesel gebruikt als brandstof. Maar vanwege de toename van uitstoot van broeikasgassen door het wegverkeer wordt er kleinschalig geëxperimenteerd met alternatieve brandstoffen zoals biodiesel, biogas, bio-ethanol, aardgas, puur plantaardige olie en waterstof.

Verbrandingsmotoren zijn onder te verdelen in een zuigermotor en een turbinemotoren. De zuigermotoren zijn op hun beurt weer op te delen in: dieselmotoren en mengselmotoren ook wel Ottomotoren genoemd.

De verbranding in een zuigermotor vindt plaats in een cilinder met een bepaalde inhoud. Hierin beweegt een zuiger, met daarop zuigerveren, heen en weer. Het brandstofmengsel wordt in de cilinder gebracht en ontstoken in de zuigerstand met het kleinste volume. De, door verbranding opgewekte energie, wordt dan overgedragen op de zuiger, die zich met kracht uit de cilinder wil bewegen. Meestal wordt deze kracht en lineaire beweging op een krukas overgebracht.

In een turbinemotor wordt de opgewekte druk omgezet in een mechanische energie door middel van een gas of vloeistof langs de schoepen te laten stromen.