vloerverwarming

Warmte voeten worden al sinds de Romeinse oudheid zeer op prijs gesteld. Die wereldheersers zijn namelijk het eerste volk dat met vloerverwarming werkte (hypocaustum). De vloeren waren op pilaartjes gebouwd, en in die ruimte (vergelijkbaar met de kruipruimte onder een modern huis) werd warme lucht geleid.

Nu gaat het er wat anders aan toe. In de markt kun je een tweedeling maken tussen elektrische systemen, en vloerverwarming die met warm water werkt. De tweede versie lijkt nog het meeste op de radiator die je ook aan de muur terugvind. Onder de vloer (in het cement of in de tegellijm) worden leidingen aangelegd die worden aangesloten op de CV-installatie. Vervolgens wordt via de ketel warm water door die buizen gepompt en wordt de vloer warm. Omdat dit systeem door de thermostaat wordt geregeld kan zo’n vloerverwarming de ‘normale’ verwarming (radiator, convectorputten, et cetera) prima vervangen.

De andere soort, elektrische vloerverwarming, is ook te gebruiken als hoofdverwarming. Daarbij zul je wel echter een heel aantal verschillende bedieningsunits af moeten lopen om de temperatuur door het hele huis aan te passen. Kortom: niet zo heel geschikt, maar wel erg fijn als aanvulling op de normale CV-installatie. De werking van het systeem is vergelijkbaar met het hierboven geschreven model, alleen zijn de waterleidingen vervangen door elektriciteitsdraden, al dan niet in een soort netvorm gelegd. Wanneer hier stroom door wordt gestuurd, worden ze warm en zal (uiteindelijk) ook de temperatuur van de vloer stijgen.

Het klinkt misschien als de ultieme vorm van verwarming, maar er zijn wel degelijk nadelen. Het grootste minpunt is dat het een flink tijdje duurt voordat de vloer goed warm is. Het systeem staat dus zo ‘n (paar) uur te draaien, terwijl je daar niets van merkt. Dit wordt deels gecompenseerd door het feit dat de vloer nog een tijdje warm blijft als de verwarming al is uitgeschakeld, maar om een kamer snel warm te maken is het niet geschikt.