werking windmolen

Het belangrijkste ingrediënt van de windmolen is de wind. De wind is de energiebron van de molen, welke de wieken van de molen in beweging zet. De vier wieken van de molen vormen samen het zogenaamde wiekenkruis. Wanneer de wieken van de molen door de wind gaan draaien, gaat het wiekenkruis ook draaien. Het wiekenkruis is bevestigd aan een grote gietijzeren as, welke vervolgens ook in beweging gezet wordt. Via diverse assen en radertjes kunnen er diverse werktuigen in de molen aangedreven worden. De bekendste handeling in de windmolen is wel het malen van graan.

Een moderne windmolen bestaat uit drie belangrijke onderdelen: de mast, de rotor en de gondel. De mast is de behuizing van de molen waarop alle onderdelen van de windmolen bevestigd zijn. De rotor is een andere benaming voor de wieken van de molen. Tenslotte is er de gondel, dit kan ook wel beschouwd worden als de machinekamer van de windmolen. De gondel is het draaibare gedeelte van de molen, welke de molenaar kan kruien indien nodig.

Het energievermogen dat een windmolen kan opwekken is zeer variabel. Het vermogen van een windmolen hangt met name af van de windsnelheid, de vorm en de oppervlakte van de wieken en de hoogte van de mast. De moderne windmolen treedt in werking bij een wind van 19 km/h. De optimale windsnelheid voor een windmolen ligt tussen de 40 tot 48 km/h. Hoe groter de wieken of rotor, hoe groter het vermogen van de molen. Er kan ook te veel wind waaien voor de molen: bij windsnelheden rond de 100 km/h wordt de molen stilgezet wegens beschadigingrisico.