windmolen

België is rijk aan molens: unieke werktuigen welke ingezet worden voor diverse doeleinden. De meeste mensen kennen de molen als werktuig voor het malen van graan, of het pompen van water uit een meer of een polder. Molens verschillen tevens in de manier waarop zij aangedreven worden. Een type molen dat al duizenden jaren populair is, is de windmolen.

De windmolen wordt, zoals de naam al zegt, aangedreven door de wind. De wind drijft het wiekenkruis aan, waardoor de raderen gaan draaien en de molen in werking treedt. Hierdoor kunnen diverse werktuigen in de molen aangedreven worden.

De windmolen is afhankelijk van de wind. De ideale locatie van een windmolen is een plek met regelmatige wind van voldoende kracht. De wieken dienen naar de wind gedraaid te worden, anders worden zij immers niet aangedreven. Het is de taak van de molenaar om de wieken van de molen zodanig te draaien dat zij ‘in de wind’ gericht staan. Dit wordt kruien genoemd. Er zijn drie typen kruiers in de molen:

– Bovenkruier: alleen de kap van de windmolen kan draaien

– Middenkruier: alleen de bovenste helft kan draaien

– Onderkruier: de gehele molen kan draaien

In Nederland winnen drie typen windmolens het op populariteit: de poldermolen, de korenmolen en de industriemolen.

De poldermolen ontdoen polders of meren van overtollig of ongewenst water. Hierdoor komt er meer land beschikbaar. Poldermolens staan altijd in de directe nabijheid van het water. Met behulp van de korenmolen wordt graan tot meel gemalen. Korenmolens bestaan uit één of meerdere verdiepingen waar onder meer de maalstenen opgeslagen liggen en het graan bewaard wordt. Industriemolens worden ingezet voor diverse doeleinden, zoals houtzagen of kleurstoffen fijnmalen.