Zonnepanelen maken

Hoewel het al zo goed als onmogelijk is om zonder de hulp van een professional een zonnepaneel op het dak aan te brengen en aan te sluiten zijn er altijd klusgrage mensen die hun eigen zonnepaneel willen maken. De fabricage van een (PV-)paneel is zo ingewikkeld dat dat een erg lage kans van slagen heeft. Zonnecollectoren zitten echter een stuk makkelijker in elkaar, en zijn dus nog wel redelijk zelf te maken.

Het eerste component dat je nodig hebt is een bak, bijvoorbeeld van aluminium. Daar komt de hele installatie in. Zorg er allereerst voor dat ‘ie stevig genoeg is, en dat het mogelijk is om er schroeven doorheen te draaien zonder dat je de hele plaat aan gort helpt. Maak ook gaten in de achterkant van de bak: daar komen de aan- en afvoerleidingen doorheen. Om het rendement te verhogen kun je de binnenkant nog isoleren: zo gaat er minder warmte verloren.

Stap twee is het aanbrengen van de leidingen. Maak er een mooi netwerk van, en bevestig ze in de bak. Dat kan bijvoorbeeld met kabeldragers of -beugels. Let er op dat de buizen (die best van plastic kunnen zijn) gelijkmatig over het oppervlak zijn verdeeld.

Voordat je de bak dicht kunt maken is het mogelijk om een extra absorberende plaat toe te voegen, die de zonnewarmte nog eens extra absorbeert en dus nog meer warmte afgeeft aan het water (of een andere vloeistof) in de leidingen. Ook in zonnecollectoren uit de fabriek wordt zo’n paneel toegevoegd, al is het moeilijk om uit te vinden welke stof(fen) hiervoor worden gebruikt. Een telefoontje aan een universiteit kan misschien uitkomst bieden!

Als het hele binnenwerk in elkaar zit kun je de bak afdekken. Vaak wordt hier glas voor gebruikt: dat zorgt voor nog meer warmteopbrengst. Logisch te verklaren: in een serre met een glazen dak wordt het met een klein zonnetje al snel warm. Om nog meer warmte ‘aan te trekken’ kun je dit paneel ook nog een donkere kleur geven of voorzien van een zwarte coating.