zonnepanelen prijs

Alles kost geld: een gegeven waar zelfs de kleinste kinderen al vroeg mee worden geconfronteerd als het speelgoed wat ze hebben uitgezocht toch een stukje te duur is voor de portemonnee van pappa en mamma. Waarom bepaalde artikelen duurder zijn dan anderen is soms lastig uit te leggen, maar meestal zo helder als maar kan. Het feit dat er dure materialen worden gebruikt, er het logo van een exclusief merk op staat of het in elkaar is gezet door vakkundige, en dus dure, mensenhanden. Ook de prijs van zonnepanelen liegt er niet om: het bedrag dat je voor één paneel betaalt heeft soms rustig vier getallen vóór de komma. De richtprijs voor een paneel dat 100 Wattpiek levert is echter een stuk vriendelijker: iets meer dan 500 euro.

Gelukkig is de aanschaf van een zonnepaneel (of een hele set van die dingen) een investering die zich na verloop van tijd terug betaalt. De besparing begint namelijk al op het moment dat ze geplaatst en aangesloten zijn en het zonnetje zijn gezicht laat zien. Ervan uitgaande dat een paneel ongeveer 85 kilowatt per jaar levert (die normaal gesproken zo’n 23 eurocent per stuk kosten), is de besparing ongeveer twintig euro per jaar per paneel. Dat zet nog niet zo heel veel zoden aan de dijk, al is het wel zo eerlijk om te kijken naar de besparing van een aantal jaren. Een gemiddeld zonnepaneel doet het namelijk probleemloos tien tot vijftien jaar (en bespaart in zijn leven dus 200 tot 300 euro aan stroomkosten). Maar ook dat is nog niet helemaal eerlijk: de energieprijs stijgt namelijk elk jaar wel weer een beetje. Als de prijs jaarlijks met 10% wordt verhoogt heb je de investering er met ongeveer vijftien jaar uit.

Daarnaast is er nog de mogelijkheid tot het aanvragen (en hopelijk ook het krijgen) van subsidies. Overheden en gemeentes die zich als groen willen profileren hebben daar over het algemeen best wat geld voor over. Hoeveel dat precies is hangt af van allerlei factoren, maar het is sowieso verstandig om na te gaan of niemand je wat tegemoet wil komen in de kosten. Immers, wie niet waagt, wie niet wint.