Soorten zonnepanelen

Hoewel ze er van een afstandje precies hetzelfde uitzien, zijn er verschillende soorten zonnepanelen. En eigenlijk is dat ook al een verkeerde stelling, omdat één van die soorten namelijk als ‘zonnecollector’ bekend staat. Deze twee woorden, die dus door elkaar gebruikt worden, zijn namelijk geen synoniemen. Het betreft totaal verschillende systemen, al is het doel hetzelfde: licht of warmte van de zon omzetten in voor de mens bruikbare energievormen.

Beginnend met de zonnecollector, de makkelijkste soort. In die bak, het omhulsel van de collector die je vaak op het dak terugvind, lopen een aantal leidingen. Daardoorheen stroomt een medium, vaak water. Omdat de zon deze bak verwarmt, warmt ook het water op. Hoewel het maar een paar graden zijn, scheelt het wel: die paar graden hoeven dan niet meer elektrisch of chemisch te worden verwarmd. De opbrengst van dit systeem wordt verhoogt door een absorberplaat, die tussen de leidingen en de afdekplaat zit. Deze vangt zoveel mogelijk zonnewarmte op en houd deze vast. Op die manier wordt het water continu en beter verwarmd.

Het andere type paneel, het echte zonnepaneel, is het fotovoltaische zonnepaneel. Een moeilijke naam, vaak afgekort tot PV-paneel (van het Engelse Photo-voltaic), die vrij gemakkelijk te verklaren is. Het eerste deel (foto) geeft aan dat er met licht wordt gewerkt (dat afkomstig is van de grootste ster uit het heelal, de zon). Het tweede stuk, ‘voltaisch’, is afkomstig van het woord Volt, de eenheid voor elektrische spanning.

Met deze informatie in het achterhoofd wordt de kern van de zaak al afgedekt. In het paneel wordt onder invloed van licht elektriciteit opgewekt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van twee platen silicium (min of meer het goud van de elektronica-industrie). Deze hebben namelijk de fijne eigenschap dat er een stroompje tussen gaat lopen als er licht op valt. Die stroom wordt afgetapt en het elektriciteitsnet opgestuurd.