warmtepomp water

Het water dat wordt gebruikt door een waterwarmtepomp wordt meestal verkregen door water uit de bodem op te pompen of gebruik te maken van oppervlakte water. Meestal maakt men echter gebruik van grondwater om energie te winnen.

Wil men grondwater gebruiken om warmte te verkrijgen dan dient er een waterput te worden geslagen. Het grondwater dat wordt opgepompt heeft een constante temperatuur van ongeveer tien tot veertien graden Celsius. Doordat er meestal veel grondwater aanwezig is zal de temperatuur ervan, na de onttrekking van de warmte door een warmtepomp, niet of nauwelijks dalen.

Er mag geen contact zijn tussen het grondwater en de lucht daarom wordt het grondwatercircuit onder een overdruk geplaatst. Er kan op deze manier geen zuurstof vrijkomen uit het grondwater. De grondwaterkwaliteit moet van een dusdanige kwaliteit zijn dat het geen schade aan de warmtewisselaar kan veroorzaken.

De waterkwaliteit speelt ook bij gebruik van oppervlaktewater als energiebron een belangrijke rol. Maar ook de temperatuur van het water is hier van belang. Wanneer de temperatuur van het water erg laag is, zoals ’s winters het geval is, moet er een grotere hoeveelheid water over de verdamper worden geleidt dan bij warm weer het geval zou zijn. Hoogwater kan bij deze waterwarmtepompen zorgen voor ernstige vervuiling. Om dit tegen te gaan kan er in een aftakking van het oppervlaktewater een horizontaal captatienet worden geplaatst. Oppervlakte water wordt maar zelden gebruikt om op deze manier energie op te wekken omdat er maar weinig plaatsen zijn waar voldoende water aanwezig is.