waterstofmotor

Door het gebruik van waterstofmotoren kan de kwaliteit van de lucht aanzienlijk worden verbeterd. Zeker in stedelijke gebieden is dit een goede manier om de CO2-concentratie naar beneden te brengen. Bij de verbranding van waterstof ontstaat alleen maar water in gasvorm (waterdamp) als restproduct. Hoewel de techniek van de waterstof motor al in de negentiende eeuw bekend was, kon deze pas aan het einde van de twintigste eeuw worden ingezet om een brandstofcel in de praktijk te laten werken.

Een waterstofmotor heeft een verbrandingscel waarin waterstof samen met zuurstof, dat uit de lucht wordt gehaald, omgezet in water(damp) en elektriciteit. De elektriciteit wordt gebruikt om de voeding van een object van elektriciteit te voorzien terwijl het water, in de vorm van stoom, wordt uitgestoten. Het rendement van een waterstofmotor is hoger dan van motoren die op een andere wijze hun energie opwekken. Door middel van een waterstofmotor kunnen niet alleen elektrische apparaten maar ook voertuigen zoals auto’s en bussen worden voorzien van een meer milieuvriendelijke motor.

Een nadeel van het gebruik van een waterstofmotor is dat er voor het opsl;aan van een kleine hoeveelheid waterstof een erg grote opslagtank nodig is. Dit komt doordat het gas een erg lage dichtheid heeft. In een auto is daar meestal geen plaats voor. Het comprimeren van het gas zou een oplossing kunnen zijn maar dat brengt wel de nodige gevaren met zich mee. Verder zou men waterstof op kunnen slaan in minuscule bolletjes. Het gas kan dan met een grotere dichtheid worden opgeslagen.